Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 24 september 2016

Het resultaat telt. Deel 2. De Begeleidingscommissie

begeleidingscommissie

Het onderzoek van Deloitte “Het resultaat telt” werd begeleid door een zogenaamde begeleidingscommissie. Wat is dat, een begeleidingscommissie? De onderzoekers schrijven hierover: “Gedurende het onderzoek heeft op verschillende momenten afstemming plaatsgevonden met de begeleidingscommissie over de aanpak, voortgang en resultaten van het onderzoek.” De begeleidingscommissie heeft dus een belangrijke taak. Het afstemmen van de aanpak, de voortgang en de resultaten worden afgestemd. Wat verstaan we onder afstemmen? Ik stel me daarbij voor dat de onderzoekers een aanpak voorstellen en dat de begeleidingscommissie daar dan commentaar op geeft. Ok, die aanpak deugt, maar die aanpak kan beter. Allemaal op basis van goede argumenten uiteraard, want de mensen in de begeleidingscommissie hebben verstand van zaken van dergelijke onderzoeken.

Dus als de onderzoekers voorstellen om bij de aanpak van het onderzoek naar het zelfbeeld van gemeenten alleen de colleges van B&W te bevragen, dan kijkt de begeleidingscommissie daar kritisch naar en velt er een gedegen oordeel over. Dat is goed, of het is niet goed, het moet anders, enzovoort. Een belangrijke taak. Want we willen immers allemaal dat het een goed onderzoek wordt. De begeleidingscommissie is de steun en toeverlaat van de onderzoekers.

Voor zo’n belangrijke commissie moeten goede mensen gevonden worden. Bij het onderzoek van Weesp hadden we ook zo’n begeleidingscommissie. De provincie was van mening dat de gedeputeerde daar in moest plaatsnemen. Dat was een eis waar niet over te onderhandelen viel. Daarover valt natuurlijk het een en ander te zeggen. Waarom wil de provincie zo graag dat de gedeputeerde in de begeleidingscommissie zit. De indruk bestaat dat de provincie Noord-Holland dit wil om een vinger aan de pols te houden. Doen ze het wel goed? Wordt het wel een onderzoek van kwaliteit? Er is bij de provincie ongetwijfeld veel kennis van bestuurskrachtonderzoeken. Daar kan ik inkomen. Een pijnpunt is uiteraard dat de provincie niet objectief is en belang heeft dat het onderzoek op een bepaalde manier wordt uitgevoerd. Sterker nog, de commissaris van de koning Remkes heeft vorig jaar tegen de gemeenteraad van Weesp gezegd dat hij de bestuurskrachtonderzoeken niet zo belangrijk vindt en dat wat hem betreft de uitkomst vast staat. Weesp moet fuseren. De gemeente Weesp moest echt niet de illusie hebben dat we daaraan konden ontsnappen. Dat maakt het wel discutabel. Er zit iemand in de begeleidingscommissie van een organisatie die een zeer uitgesproken mening heeft van wat de uitkomst van het onderzoek moet zijn.

In Weesp hebben we daarom ervoor gekozen om voor de de overige leden van de begeleidingscommissie te kiezen voor mensen met veel ervaring van buiten Weesp die geen direct belang hebben, zoals de burgemeester van Amstelveen. Hoe zit dat bij het onderzoek van Deloitte? Over de samenstelling van deze begeleidingscommissie schrijven de onderzoekers : “Deze commissie bestaat uit de verantwoordelijk gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en vertegenwoordigers namens de colleges van de vijf deelnemende gemeenten. De burgemeesters van de gemeenten Weesp, Gooise Meren en Eemnes zijn vanaf eind juni aangesloten bij de begeleidingscommissie.”

De begeleidingscommissie bestaat dus uit vertegenwoordigers namens de colleges, ofwel uit elk college een burgemeester of wethouder? Wie dat exact waren blijft onvermeld in het rapport. Er is wel een lijst van geïnterviewden, maar geen lijst met namen van de begeleidingscommissie. Wie het ook waren, bij het beoordelen van de aanpak van het onderzoek hebben de onderzoekers aan de wethouders en burgemeesters voorgesteld om het onderzoeken van het zelfbeeld helemaal te baseren op het zelfbeeld van diezelfde burgemeesters en wethouders. En zij zagen dat die aanpak goed was.

Maar dat is nog niet alles. Ook het resultaat van het onderzoek wordt afgestemd met de begeleidingscommissie. Daarover schrijven de onderzoekers in het rapport: “In juli en augustus is onze rapportage tot stand gekomen. Onze bevindingen inzake de lokale bestuurskracht hebben wij met de gemeentesecretarissen (of hun plaatsvervanger) van de vijf gemeenten besproken. De input uit deze gesprekken is door ons verwerkt in de concept-rapportage welke op 19 augustus aan de begeleidingscommisie is verstrekt en op 22 augustus met de begeleidingscommissie is besproken. Op basis van mondelinge en schriftelijke reacties hebben wij de rapportage vervolgens kunnen afronden.”

Op basis van de mondelinge en schriftelijke reacties hebben de onderzoekers de rapportage vervolgens afgerond. Dat klinkt heel onschuldig, maar dat is het niet. De rapportage omvat namelijk ook het handelingsperspectief dat bepaalt hoe het verder gaat en het is inmiddels bekend dat de begeleidingscommissie veel commentaar had op het handelingsperspectief zoals het in eerste instantie in het rapport stond. De onderzoekers hebben daarop dit handelingsperspectief aangepast tot wat er nu ligt. Wat er precies is gewijzigd is onbekend, maar het vermoeden rijst dat dit meer was dan het neutraal klinkende “afronden”.

Als je het rapport leest dan valt meteen op dat er geen logisch verband is tussen de conclusies van het onderzoek en het handelingsperspectief. Anders gezegd, het handelingsperspectief volgt niet vanzelf uit deze conclusies. Dat is merkwaardig. De begeleidingscommissie en de onderzoekers laden daarmee de verdenking op zich dat het handelingsperspectief zo herschreven is totdat het de gewenste politieke uitkomst had. Het resultaat telt. De titel van het onderzoek is wat dat betreft veelzeggend. De gang van zaken werpt een smet op het onderzoek en diskwalificeert het handelingsperspectief in relatie tot het onderzoek. Maar daarmee is nog niet alles gezegd over dit onderzoek. Er valt nog veel meer op te merken over de kwaliteit van dit onderzoek en ik ben van mening dat het noodzakelijk is dat dit wordt uitgesproken gezien de impact van dit onderzoek op de bestuurlijk toekomst van de Gooi en Vechtstreek. Wordt vervolgd.

—–

Dit is deel 2 van een reeks van artikelen over het bestuurskrachtonderzoek “Het resultaat telt” naar de bestuurskracht in de Gooi en Vechtstreek. Deel 1 kunt u hier lezen.