Steun ons en help Nederland vooruit

zondag 25 september 2016

Het resultaat telt. Deel 3 – Het Fysiek Domein

Ten behoeve van het onderzoek “Het resultaat telt” naar de regionale bestuurskracht van de Gooi en Vechtstreek hebben de onderzoekers van Deloitte ingezoomd op twee actuele regionale dossiers. Het ging hen daarbij om de vraag of de regio in staat is om effectief samen te werken. De keuze van de onderzoekers viel op de dossiers Regionale Woonvisie en het onderzoek Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT-onderzoek). Deze keuze is opmerkelijk.

Als je wilt bestuderen of een regio in staat is samen te werken waar kijk je dan naar? Het meest logisch zou het zijn om te kijken naar een dossier dat groot gewicht heeft en waar je kunt bestuderen of de samenwerking tot resultaat heeft geleid.

De afgelopen jaren is er één dossier geweest in de regio dat alle andere dossiers mijlenver heeft overschaduwd. Dat was het project Sociaal Domein. Dit was een mega-project. Het was zo groot, had zulke grote consequenties en werd in zo korte tijd door Den Haag over de schutting gekieperd dat de regio alle zeilen moest bijzetten om dit project te kunnen bolwerken. Het is een wonder dat de regio in staat was om hiernaast überhaupt nog andere dossiers op te pakken. Het onderzoek van Deloitte zegt over het Sociaal Domein dat de regio het goed heeft gedaan, maar het telt niet mee in hun onderzoek, omdat het zo’n uitzonderlijk project was dat het niets zou zeggen over de samenwerkingskracht van de regio. Een bizar standpunt als je het mij vraagt.

Deloitte richt zich vooral op het fysiek domein en dan op twee projecten die niet onbelangrijk zijn, maar die nog in een dusdanig pril stadium verkeren dat het merkwaardig is om hierover nu al conclusies te trekken. De Woonvisie wordt deze maand pas in de raad van Weesp behandeld. Hoe kunnen we daar nu al conclusies uit trekken? Afgelopen week was de woordvoerder van Ymere bij de commissie SOB in Weesp aanwezig. Zij was overigens vol lof voor de nieuwe regionale woonvisie. Goed stuk, vond ze.

De onderzoekers zijn vooral negatief, aangezien de woonvisie: “geen uitvoeringsinstrumentarium bevat waarmee op regionaal niveau uitvoering van de belangrijkste beleidsuitgangspunten (w.o. het 1/3e criterium voor de ontwikkeling van sociale woningbouw) kan worden geborgd, juist als er verschillen in belangen tussen de gemeenten hierbij zullen gaan optreden. Monitoring en overleg zijn wel nuttig, maar niet toereikend in die situaties.”

Dat is een goed punt, maar is het een rechtvaardiging om de hele woonvisie af te wijzen? Zijn er regio’s die dit wel voor elkaar hebben? Dat weet ik niet, maar het lijkt me nogal een opgave en ik kan me niet voorstellen dat er heel veel regio’s zijn de dit heel voortvarend doen. Als die voorbeelden er wel zijn, dan hoor ik dat graag. Laten we ook niet vergeten dat regio’s in feite een niet-bestaande bestuurslaag zijn. Kun je verwachten dat een regio een heel krachtig uitvoeringsinstrumentarium ontwikkeld voor zo’n complex probleem als wonen, dat vooral wordt bepaald door de regionale verschillen en een deprimerend landelijk beleid dat de hele woningmarkt op slot heeft gezet. Ik zou het knap vinden, maar ik heb hierbij het gevoel dat de onderzoekers hier wel heel makkelijk over denken. Alsof het een vanzelfsprekendheid is dat je dit als regio even regelt.

Een ander dossier dat de onderzoekers hebben bekeken is het MIRT-onderzoek. Als u daar nog nooit van heeft gehoord, dan neem ik u dat niet kwalijk. Ik denk dat er buiten de politieke incrowd in Nederland weinig mensen zijn die ooit van het MIRT hebben gehoord. Het MIRT-onderzoek dat de onderzoekers hebben onderzocht is nog niet klaar. De onderzoekers schrijven hierover:

“Het is logisch dat er nog geen concrete resultaten op deze terreinen zijn behaald, het onderzoek is nog nauwelijks afgerond. Tegelijk zijn deze keuzevraagstukken niet nieuw; ze staan al vermeld in de rapportages van Winsemius en Jansen/te Grotenhuis. Hoe relevant het MIRT-onderzoek op zichzelf voor het gebied ook is; het is ook een uitdrukking van “paralyse voor analyse”; zolang er onderzoek is, kunnen/moeten keuzes vooruitgeschoven worden. Voor de belangrijkste strategische keuzes op het gebied van bereikbaarheid en economie (in hun onderlinge samenhang) is en wordt daardoor voorlopig geen daadkrachtige en gedeelde aanpak geformuleerd.”

Ik herhaal de eerste zin. Het is logisch dat er geen concrete resultaten op deze terreinen zijn behaald, het onderzoek is nog nauwelijks afgerond. Ik herhaal deze zin om de absurditeit van het Deloitte rapport te onderstrepen. Het MIRT-onderzoek is nog niet klaar, de gemeenteraden hebben zich er nog niet over kunnen buigen, maar de Gooi en Vechtstreek heeft last van “paralyse voor analyse”. We doen niks omdat we wachten op het resultaat van het onderzoek. Dat heet gebrek aan bestuurskracht. Dit argument is niets anders dan bizar.

Samenvattend. De onderzoekers van Deloitte concluderen dat de Gooi en Vechtstreek een gebrekkige samenwerkingskracht heeft, doordat zij gemakshalve het belangrijkste samenwerkingsproject (het Sociaal Domein) negeren en zich voor hun bevindingen baseren op twee projecten die nog nauwelijks zijn begonnen. Hoe kun je de effectiviteit van beleid beoordelen als dat beleid (woonvisie en MIRT) nog niet eens is vastgesteld als beleid, laat staan dat je een oordeel kunt vellen over de uitvoering? Hoe kun je het belangrijkste beleidsterrein van samenwerking (Sociaal Domein) zo eenvoudig negeren?

Het voelt alsof de Gooi en Vechtstreek knetterhard heeft gewerkt op school en voor alle belangrijke vakken nette cijfers heeft behaald, maar toch blijft zitten, omdat iemand een vermoeden heeft dat de regio wel eens een onvoldoende zou kunnen halen voor Gym en Maatschappijleer. Ik begrijp niet hoe je een dergelijke onderzoeksaanpak serieus kunt nemen?

Maar daarmee is nog steeds niet alles gezegd over de beperkingen van het voorliggende onderzoek. Er is meer. Wordt vervolgd.

—–

Dit is deel 3 van een reeks van artikelen over het bestuurskrachtonderzoek “Het resultaat telt” naar de bestuurskracht in de Gooi en Vechtstreek. Deel 1 kunt u hier lezen, Deel 2 hier.