Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 5 februari 2018

Terugblik op 4 jaar WSP, GroenLinks en PvdA – Deel 1 – De Bestuurscultuur

De verkiezingstijd is weer losgebarsten, tijd voor een terugblik op vier jaar coalitie van WSP, GroenLinks en PvdA in Weesp. Want de verkiezingen zijn een strijd van goede ideeën en vergezichten, maar het is ook een mooi moment om terug te blikken. We beginnen immers niet bij nul. Wat is er bereikt? Geen woorden maar daden. Want als je nu zegt dat je ergens voor bent en dat was vier jaar geleden ook het geval, dan is het wel zo interessant om eens te kijken wat je gedaan hebt de afgelopen vier jaar om dat doel te bereiken. Dit eerste deel van deze terugblik gaat over de bestuurscultuur in Weesp.

De afgelopen vier jaar hadden de WSP, GroenLinks en de PvdA het politiek gezien voor het zeggen in Weesp. Samen vormden ze een coalitie, schreven ze een coalitieakkoord en leverden ze de wethouders voor het dagelijks bestuur. Wat heeft vier jaar “Samen voor een bruisende, groene en sociale stad” ons heeft gebracht. Daarbij zal ik proberen om de behaalde resultaten zo objectief mogelijk te beoordelen, ook al kan ik niet vermijden dat het vanuit mijn eigen perspectief gebeurt. Wees gerust, dit wordt geen genadeloze afrekening. Het coalitieakkoord begint met een paragraaf over de gewenste bestuurscultuur. Dat is het eerste wat de huidige coalitie op de agenda wilde zetten, dus ga ik het er ook als eerste hierover hebben.

Bestuurscultuur
Een belangrijk onderdeel van het coalitieakkoord was het zogenaamde Bestuursakkoord. Daarin gaf de coalitie aan om op een andere wijze te willen werken. Er staat als eerste onder het kopje bestuurscultuur het volgende:

“We willen in alle lagen van de bestuurscultuur van Weesp een open, transparante, resultaatgerichte en laagdrempelige besluitvorming.

Het is belangrijk dat het proces van besluitvorming in het College en de Raad zodanig wordt ingericht, dat alle Weespers actief betrokken kunnen zijn. Bij belangrijke beslissingen dienen zij vooraf inspraak te kunnen krijgen. De vergaderstructuur is op dit moment niet uitnodigend en inspirerend. Dit betekent een vernieuwing die door ons in gang gezet gaat worden. Daarvoor zullen het College en de Raad, onder andere door een vroegtijdige informatievoorziening en door zoveel mogelijk open te communiceren, optimaal moeten samenwerken.

We staan voor een transparant, integer en open bestuur. We besturen op basis van een gedragscode, met daarin opgenomen normen en waarden die we naleven en die we bewust met elkaar delen. We zullen elkaar hierop aanspreken.

Het ambtenarenapparaat handelt efficiënt en kostenbewust. Van de ambtenaren wordt verwacht dat zij het College en de Raad scherp houden en zo nodig van een kritische noot voorzien. “

Het is lastig om de resultaten van deze ambitie te meten. Er staat in deze alinea’s heel veel en het is allemaal niet SMART. Hoe meet je of er een transparante besluitvorming is geweest? Dat valt niet mee. Open, transparant en integer bestuur, daar zal niemand tegen zijn, maar wat hebben we ervan gemerkt?

Als ik terugkijk naar de afgelopen acht jaar, dan zie ik inderdaad verschil in de bestuurscultuur. In mijn eerste periode (2011-2014) ging het er harder aan toe. Er werd door de oppositie, de huidige coalitiepartijen naar mijn gevoel veel harder oppositie gevoerd. Ik had vaak het gevoel dat men tegen was, alleen omdat de coalitiepartijen voor waren. Dat is ook subjectief, zo’n gevoel, maar ik denk dat de meesten die erbij waren dat gevoel wel zullen delen. De toon was geregeld spijkerhard en bepaalde raadsleden speelden regelmatig op de man. Bij zo’n botsende cultuur zijn twee partijen betrokken, dus ik trek mij dat achteraf ook aan. Wat ik heb geleerd is ook dat politiek een kwestie van mensen is. Als je in de raad en het college polariserende mensen hebt, dan leidt dat ook tot polarisatie. Als je in raad en college mensen hebt die van nature uit zijn op samenwerken, dan merk je dat meteen in de bestuurscultuur.

Tegelijkertijd was de raad in de periode 2011-2014 mijns inziens veel dualistischer dan nu. Als wethouder moest ik geregeld hard werken om mijn eigen fractie te overtuigen en zij stemden meer dan eens tegen een voorstel van het college. In het begin van de huidige periode zagen we juist dat de coalitiepartijen klakkeloos en zonder veel discussie achter de voorstellen van het college aanhobbelden, terwijl de oppositie met inhoudelijke kritiek volledig werd genegeerd. Ik had vaak het gevoel dat alles van tevoren in de coalitie was afgetikt en dat we er als oppositie voor spek en bonen bij zaten. Naar kritiek werd niet geluisterd. Zo gaan we het doen, geen enkele ruimte voor de oppositie. Ik heb de eerste twee jaren dan ook grotendeels niet ervaren als open en transparant. Dat was best frustrerend. Er werd ons helemaal niets gegund. Ik had het gevoel dat men dacht, nu zijn wij aan de beurt en dat zullen jullie weten ook!

Gelukkig is dat de tweede helft veranderd. Halverwege de periode kwam er meer waardering voor onze inhoudelijke bijdrages en werd ons meer gegund. Coalitiefracties werden iets dualistischer en gingen af en toe ook tegen het college in. Dat maakt het werk in de raad veel interessanter. Het kwam vooral de sfeer in de raad ten goede. Daarnaast speelde ook het dossier van de bestuurlijke toekomst een grote rol. Dat hebben we als raad gezamenlijk opgepakt en vorm gegeven en dat was een zeer vruchtbare samenwerking die zich vertaalde in een veel opener houding waarbij bijdragen meer op inhoud werden gewaardeerd. Wij hebben dat als zeer positief ervaren en hebben als oppositie geprobeerd daaraan bij te dragen. Onze houding was er een van kritisch als dat nodig was, soms ook hard, als er naar onze mening een potje werd gemaakt van een dossier, maar steeds op de inhoud en zoveel mogelijk constructief.

Een punt van discussie was de vergaderstructuur. Die werd als niet positief ervaren. Hier hebben we als raad vanaf het begin wel heel positief samen opgetrokken. Binnen de werkgroep Werkwijzer Raad hebben we veel kleine veranderingen doorgevoerd en er is ook gekeken naar grote veranderingen. We hebben het fenomeen van het Politieke Plein geïntroduceerd, een discussieavond waar meer ruimte is voor discussie tussen raad- en commissieleden enerzijds en bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties anderzijds. We hebben ook de inspraak in commissies veranderd, zodat de inspraak voor agendapunten zou plaatsvinden en insprekers kunnen ook na afloop van de discussie kort reageren op de discussie. Dat zijn kleine, maar belangrijke  veranderingen. Daarnaast hebben we gekeken naar grote wijzigingen van de vergaderstructuur, maar dat hebben we uiteindelijk niet doorgezet, aangezien we zagen dat dit in andere gemeenten veel capaciteit vergde van de griffiers en wij van mening waren dat we daar op dit moment niet aan toe zijn. Maar de discussie was zeer verhelderend en heeft er wel aan bijgedragen dat er heel open is gediscussieerd over het functioneren van de vergaderingen.

De communicatie van de gemeente Weesp is zeker verbeterd, maar blijft wel een aandachtspunt. Bewoners en bedrijven zijn altijd lastig te bereiken en veel mensen lezen de gemeentepagina in de lokale krant niet. Rond de bestuurlijke toekomst en de bestuurskrachtmeting is dit zeker goed gegaan, maar bij andere dossiers bleek het toch weer lastig. Regelmatig zaten de publieke tribunes in de raadszaal toch weer vol met boze bewoners, die het niet eens waren met een raadsvoorstel en die zich overvallen voelden en niet geïnformeerd, zoals deze maand nog met het voorstel voor een crematorium op Landscroon. Puntje van kritiek vanuit de raad is ook dat het college soms volledig gefocust was op informatievoorziening aan bewoners en bedrijven en daarbij de gemeenteraad vergat. Ik heb vaker het gevoel gehad dat wij als raad zo’n beetje de laatsten in Weesp waren die op de hoogte waren van bepaalde ontwikkelingen. Dan waren er informatiebijeenkomsten waar we als raad niet bij uitgenodigd waren en dan moesten we vervolgens het nieuws uit de krant horen. De coalitiepartijen wisten alles al via het college, maar de oppositie wist van niets. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Samenvattend zou ik willen zeggen dat ik de eerste twee jaar als moeilijk heb ervaren. De coalitie vormde een afgeschermd en gesloten blok waarbij de oppositie vakkundig buitenspel werd gezet. Open en transparant was het zeker niet. Hierna werd het beter en mede dankzij de breed gedragen opgave om tot een goede bestuurskrachtmeting te komen en een goed besluit te nemen over de bestuurlijke toekomst, is de raad de afgelopen twee jaar veel meer gaan samenwerken op inhoud. Ik heb dat als zeer positief ervaren en hoop dat we dat in de volgende periode kunnen vasthouden. De omslag in bestuurscultuur is wat mij betreft aan alle partijen in de raad te danken. Zowel coalitie en oppositie hebben eraan bijgedragen, behalve natuurlijk de partij met de vele namen (Artikel 50/ Duurzame Stadsbelangen / Weesp bij Gooise Meren), die regelmatig destructieve en populistische neigingen niet kon onderdrukken en er met vol gestrekt been in ging. De bestuurscultuur bij deze partij was in mijn beleving weinig integer.

Als D66 hebben we verder op onze eigen manier geprobeerd om open en transparant te zijn. Om te beginnen door heel veel te publiceren op onze website. Waar zijn we mee bezig? Hoe denken we over bepaalde dossiers? Waarom hebben we voor of tegen een voorstel gestemd? Wat is de achtergrond van een dossier? We hebben de afgelopen vier jaar ruim 150 artikelen gepubliceerd. Wij vinden dat dit ook een taak is van politieke partijen. Dus niet alleen van de afdeling voorlichting op het stadhuis. Ik denk dat we daarmee ook een klein beetje hebben bijgedragen aan het veranderen van de bestuurscultuur in Weesp. Genuanceerd, informatief, duidelijk. Niet alleen in verkiezingstijd, maar vier jaar lang.